Logboek Lieren 5

29 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Vrijdag

Het Land van Laaf ligt schuin tegenover mij. Ik kijk naar de mislukte tuinkabouters vanuit mijn tuin. De overburen kwamen twee weken geleden pas voor het eerst naar de camping. Toen begonnen ze met het oppoetsen en uitstallen van het spul. Mijn overburen zijn Schiedammers, maar daar hoor je mij verder niet over.
Die Laaf-poppen, ik snapte er de lol nooit van. Maar toch moet je wel lachen als je er een tuin mee vol ziet staan. Het is zo stom dat het grappig is. ’s Avonds gaan de lichtjes aan: blauw en roze. Het lijkt een kermisattractie, maar het is gewoon een stukje Efteling midden op de camping.
‘Leuk toch’, zeg je dan.
‘Leuk dat mensen zo hun best doen om er iets moois van te maken.’

« Lees de rest van dit artikel »

De biebschrijver

27 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Straks breng ik weer een stapel boeken terug naar de bibliotheek. Bibliotheekboeken hebben iets wat andere boeken niet hebben: een kaartje voorin met een samenvatting van één zin. Die zin wordt niet bedacht door de schrijver, niet door de uitgever, niet door een recensent van NRC of VK, ik weet eigenlijk niet wie ‘m bedenkt. Ik denk dat dat via ProBiblio gaat, maar misschien is het gewoon een Marga of Ria die in een bibliotheek werkt waar de computers toch alles hebben overgenomen, dus hé, wil jij die kaartjes nu eens doen?

Uit de stapel die ik nu in huis heb, komen deze prachtige oneliners:

John Updike, The women who got away:
Vijf verhalen over getrouwde mannen en hun ontrouw met prachtige, onbereikbare vrouwen.

Henry James, The turn of the screw:
De onwezenlijke strijd van een gouvernante om twee haar toevertrouwde kinderen te ontworstelen aan de verderfelijke invloed van de schimmen van twee overleden bedienden.

Alice Munro, Stilte:
Verhalen over vrouwen in cruciale fases van hun leven.

Ik zou met de schrijvers van de kaartjes willen corresponderen, vooral over die laatste. Wat is dat nou voor beschrijving? « Lees de rest van dit artikel »

Goeiemorgen Michelle

21 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Ik had een baas, laat ik hem Willem noemen want zo heette hij ook echt. Elke maandagochtend liep hij mijn kantoor binnen: “Goeiemorgen Michelle! Hoe was je weekend? Nee, ik hoef het niet echt te weten hoor.” En als we daarom allebei gelachen hadden, was hij weer weg.

Sinds een paar maanden krijg ik elke dag wel een keer van iemand deze vraag: “Hoe gaat het met het boek?” De vraag past nu blijkbaar in de rij: hoe gaat het? hoe is het met de kinderen? hoe was je weekend? Sterker nog, inmiddels wordt er vaker gevraagd hoe het met mijn boek gaat dan met mij. Alsof mijn boek zelf een levend karakter is. Misschien denkt men: ik vraag maar naar het boek, dan hoef ik niet te vragen naar die andere dingen. Of misschien denkt men dat als het goed gaat met het boek, dat het dan goed gaat met mij. Of slecht als het slecht gaat. Of juist het tegenovergestelde: als het slecht gaat met mij, gaat het goed met het boek. Zo romantisch is schrijven immers.

Tja. Wat moet je dan zeggen? « Lees de rest van dit artikel »

Ik wil ze gewoon niet in mijn goal

16 mei 2011 § Een reactie plaatsen

M’n dochter en ik spelen een potje voetbal, dat wil zeggen: zij is keeper en ik schiet de bal recht en zachtjes over de grond in haar handen, want zo hoort het. Zegt zij. Daarna rolt zij de bal professioneel uit, als een echte keeper.

Ik zat ooit op voetbal en we hadden een Patty in het team. Het kan ook dat ze Daisy heette, maar daar gaat het niet om: iedereen heeft wel zo’n Patty in z’n team. Sloom, dik en niet gemaakt voor sport. Dus we parkeerden haar onder de lat, want wat moet je anders? Er zijn goede redenen voor meisjes om op voetbal te gaan. Voor het voetballen of voor de jongens. Zij was zo’n meisje dat om de verkeerde redenen op de club was gekomen. Omdat ze toch iets moest doen van haar moeder. Omdat ze niet sociaal en aimabel genoeg was voor de bekende meisjessporten. Misschien dacht ze dat meisjes toch nooit echte wedstrijden speelden. Misschien dacht ze: ik word wel keeper, dan heb ik niks te doen. Dus wij dachten hetzelfde en lieten haar keepen. Natuurlijk ging dat wel eens gruwelijk mis, dan was het 7-0 na een half uur en dan scholden we haar verrot en ruilden we haar in de pauze om voor een ander.

Kijk, ik heb niets tegen de Patty’s van deze wereld, maar ik wil ze gewoon niet in mijn goal, snap je?   « Lees de rest van dit artikel »

Preventief

13 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Ik woon in een wijk van glas-in-lood versus kunststof en autochtone Dordtenaren versus import-Polen. Er gebeurt hier nooit wat. Er zijn buurtfeesten met suikerspinnen en drumbands, er staat wel eens te veel afval naast de containers, er staan wel eens te veel auto’s dubbel geparkeerd bij de supermarkt, er komen vaak schoorsteenvegers aan de deur ‘nee, ik heb centrale verwarming’. Het ruikt hier, afhankelijk van de tijd van het jaar, het uur op de dag en je precieze locatie, naar kerststollen, hazelnootschuimgebak, nasi en Turks brood; het ruikt hier altijd goed, je krijgt er trek van. De huizen staan te dicht op elkaar, maar toch blijft iedereen maar keukens en serres en dakkapellen aanbouwen. Laatst stond ik bij de snackbar met mijn kinderen, ik kletste wat met het Chinese echtpaar dat de snackbar runt, de namen van de kinderen kwamen voorbij en een andere klant zei: ‘Oh, dan bent u mijn achterbuurvrouw.’ Dus of ik schreeuw zo hard naar mijn kinderen of « Lees de rest van dit artikel »

Als je ook wilt huilen

10 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Ik had nog nooit iets gelezen van Margaret Atwood, maar het kleine boekje The Tent (hele korte verhalen en een paar gedichten) ging de laatste dagen mee de trein in. Eigenlijk is ze heel erg grappig (zie ‘Three Novels I Won’t Write Soon’) en stilistisch briljant. En bijna moest ik in de ochtendspits huilen om het gedicht ‘Bring Back Mom’ – een fragment eruit doet het geen recht dus als je ook wilt huilen, moet je het maar ergens opzoeken en helemaal lezen.

If only we could call you –
Here Mom, Here Mom – « Lees de rest van dit artikel »

Tip voor filmmakers

9 mei 2011 § Een reactie plaatsen

Als ik filmmaker was, en ik zou een slechte zijn want ik denk alleen in woorden, maar als ik zo’n filmmaker was die de mooiste films maakte van vergeten boeken, dan zou ik een film maken van Cider voor arme mensen van Hella Haasse.

Het is zo’n dun boekje terwijl het een vuistdikke roman had kunnen zijn. Of een prachtige film. Een man en een vrouw reizen samen naar Frankrijk om te ‘praten en vrijen in idyllische zomerlandschappen’, maar er hangt onweer in de lucht. Ze krijgen autopech en belanden in een klein dorpje waar de vrouwen namaakcider maken en de mannen zich over de auto buigen. Ze praten en ruziën over van alles en nog wat. Ze leven in de wereld van de jaren zestig, er is ergens een moord gepleegd, die mensen in het dorp zijn zo vreemd, er is het verleden van de Tweede Wereldoorlog en er zijn de grote vragen in het leven ‘Ik ben volwassen geworden, ik heb wat geleerd, ik verdien mijn brood. Maar is dat leven?’ en er is de affaire, de bedwelmende lucht van namaakcider, er zijn de dreigende onweersluchten boven oneindige korenvelden, dat beklemmende, prachtig gewoon.

Waar ben ik?

Je ziet het archief van mei, 2011 om Michelle Verheij.