IJdelheid

31 januari 2011 § 1 reactie

Ik wilde alleen maar een fatsoenlijke foto bij mijn blog. Wie de moeite neemt om op ‘Wie is…?’ te klikken, mag best een gezicht zien. Maar er waren allerlei onzekerheden die dit moeilijk maakten. Mijn gezicht had onfatsoenlijke hobbels en bobbels. Wie moest die foto maken? Het was te koud om in een zomerjurkje door het park te huppelen. Dat wilde ik ook helemaal niet. Ik haalde mijn kinderen over om mee te doen met de fotoshoot, als fotograaf. Ik gaf met mijn handen het deel aan dat op de foto moest; een hand boven mijn hoofd, een hand boven mijn borsten, zo. Mijn handen ook op de foto. Mijn boze gezicht op de foto. Een dag later was de accu leeg. Weer een dag later was het zondag, dus ik had wallen onder mijn ogen. Maar nu moest het toch gebeuren. Ik poseerde onzeker voor mijn echtgenoot, die mij dan wel al twaalf jaar lang regelmatig naakt ziet, maar dat is minder erg dan door een cameralens. Ik moest niet zo raar met mijn lippen doen. Ik moest niet lachen, wel een beetje, maar geen tandvlees, vond ikzelf. Ik dacht aan puisten en wallen en ijdelheid. We bekeken de foto’s op de computer, ik koos er één uit. Niet inzoomen aub.

Infiltreren

25 januari 2011 § Een reactie plaatsen

In mijn straat zijn de huizen klein. Er worden veel baby’s geboren, maar nooit haalt iemand z’n eindexamen. Je ziet ooievaars, geen vlaggen met schooltassen. Wel geboren, niet getogen, daarvoor zijn de huizen, de slaapkamers, de badkamers te klein. Als je in bed overeind gaat zitten, stoot je je hoofd.

In de laatste zes jaar won het kunststof van het hout. Ik weet niet waarom, maar Turkse families kiezen allemaal voor grote witte plastic deuren, die binnen een jaar grauw-grijs zijn. Hollanders kiezen voor kunststof met hout-look, donkergroen met wit, een nerf erin, zo nep als maar kan.

Wij lieten een schilder komen. Er kwam ook een hulpschilder mee, van de sociale werkplaats. Hij kon goed en precies schilderen, maar hij moest exact om tien uur koffie drinken. Daar had die andere schilder weer de pest in.

Soms zie je ineens een briefje hangen waar je geen letter van begrijpt. Ik denk dat er staat: ‘Bel kapot, kloppen aub’. Maar er kan ook staan: ‘Ik ben bij Nadia. Zie je over een uurtje.’ Of: ‘Klootzak, ik betaal geen cent huur meer totdat jij die klotedouche repareert.’

« Lees de rest van dit artikel »

Bizar en ongehoord

23 januari 2011 § 1 reactie

Ik kwam als kind bijna wekelijks in de bibliotheek van Vlaardingen. Wij kochten geen nieuwe boeken. Soms kreeg ik voor m’n verjaardag een boek en we kochten wel tweedehands pockets (Pitty naar kostschool). De bibliotheek was mijn toegang tot de rest van de wereld. In vakanties kwam ik er zelfs elke dag, om het maximum van vier leesboeken te halen en de volgende dag weer terug te brengen voor nieuwe. Ik verslond vooral de boeken van Roald Dahl (favoriet: Matilda), detectives en boeken over de oorlog (absolute favoriet en tranentrekker: Dansen op de brug van Avignon van Ida Vos). Maar er was zoveel meer. De boeken die mijn ouders me nooit zouden aanraden: over seks, over andere geloven, over drugs, boeken waarin veel gevloekt en geneukt werd, over liefde. CD’s: met mijn krantenwijk had ik eindelijk genoeg verdiend om zelf een CD-speler te kopen. Maar ik had helemaal geen geld voor CD’s. Dankzij de bibliotheek ontdekte ik de Counting Crows en Neil Young. In de bibliotheek van Rotterdam, waar ik als tiener lid van werd, kwam ik voor de bladmuziek en de studiecellen.

Toen ik 15 was, zag ik in de Vlaardingse bieb een briefje hangen van de Schiedamse Schrijfwedstrijd. Ik deed mee en won een eervolle vermelding. Ik werd opgebeld, door een vrouw die zei dat ik niet te blij moest zijn, maar dat het toch erg goed was en dat ze hoopte dat ik bij de prijsuitreiking zou zijn. Bij de prijsuitreiking waren er drie jonge mensen in de zaal: ik, prijswinnaar Steven Verhelst, en een jongen die een muzikaal intermezzo verzorgde, hij speelde popsongs op z’n keyboard. Steven Verhelst had een jaar eerder een eervolle vermelding gehad en was nu duidelijk de beste, al vond de jury het nodig op te merken dat hij niet steeds over hetzelfde moest schrijven, en daarmee bedoelden ze seks, ‘er zijn meer onderwerpen’. Naast me zat een man die zeker veertig jaar ouder was dan ik. Hij vond het erg spannend en zei: ‘Volgens mij weet niemand nog of hij gewonnen heeft. Je hebt ook schrijfwedstrijden waar je van tevoren gebeld wordt, als je de winnaar bent. Maar ik heb niets gehoord. Jij?’ « Lees de rest van dit artikel »

Zet je man aan de kant

17 januari 2011 § 1 reactie

In 1927 schrijft Virginia haar vriendin Vita: Ik heb de hele avond auto gereden. Ik ben al vrij goed met de versnelling. 
In een voetnoot staat geschreven: ‘De Woolfs hadden een tweedehands Singer gekocht, die Vita minachtend de umbrella doopte. Leonard werd al snel een goed chauffeur; Virginia leerde ook rijden, maar gaf het op toen ze door een heg heen was gegaan.’

Ik lees Ezeltje West, Alle brieven aan Vita Sackville-West. Virginia Woolf schrijft luchtige hak-op-de-takbrieven aan haar ezeltje, haar insekt, haar Orlando. Het is het Engeland van de BBC waar een autootje door groene heuvels tuft met een heer en dame in jaren twintig-kledij. Een kostuumdrama met een driehoeksverhouding en een onzekere Virginia die ‘lonely’ leest als er ‘lovely’ staat.

Maar dan ineens is het Keeping up appearances:  « Lees de rest van dit artikel »

Als Mozes

10 januari 2011 § 1 reactie

Op dit eiland kun je doen alsof de rest van de wereld niet bestaat, er niet toe doet. Als de overzijde brandt, is hier nog geen vuur. Niets aan de hand.

Vaker kwamen er plagen naar het eiland. Vanuit de lucht: het water, de Duitsers. Nu de duisternis. Water kleurt rood als bloed. Maar het waait wel over. De wolk, het mediacircus, het gif, de hype. Je buigt je hoofd en wacht. Sluit deuren en ramen. Houd kinderen binnen. Doe alles zoals geboden is en wacht op betere tijden, op brood uit de hemel.

Misschien drie duiven

8 januari 2011 § Een reactie plaatsen

Als ik uit mijn werkkamer kijk, zie ik een koolmeesje. Hij hangt aan de opening van een vogelhuisje. Ik denk dat hij kijkt of er al iemand woont, of er een nest in zit. Dat weet ik zelf ook niet, ik heb nog nooit in het huisje gekeken. Het grappige is dat het koolmeesje beweegt als in een oude film. Schokkend, alsof elke beweging getekend is en er steeds een beeldje mist.

De vogels lunchen nu, de halfdode boom in mijn tuin zit vol met duiven, koolmeesjes, roodborstjes. Ze zoeken naar besjes en beestjes, het is schattig. De vogels zijn de enige toegestane afleiding als ik schrijf. Ik check m’n mail niet, ik Twitter niet. Ik probeer steeds een foto van te maken van de vogelboom, maar ze vliegen weg als ik voor het raam verschijn. Ik moet kruipend naar het raam en dan mijn fototoestel omhoog houden. Ik doe een aantal pogingen, maar ik ben een slechte fotograaf: je ziet een boom en als je heel, heel goed zoekt, misschien drie duiven.

Makelaardij Zus & Zo

5 januari 2011 § Een reactie plaatsen

Ik werkte jarenlang als tekstschrijver en een van mijn opdrachtgevers was een makelaar. Voor de maandelijkse folder met het aanbod in bedrijfspanden schreef ik een voorwoord, dat vervolgens werd ondertekend door de makelaar zelf, een jongeman die drie variaties had in krijtstreeppakken met roze stropdas. Toen ik hem voor het eerst een tekst had gestuurd, belde hij me op.

‘Het is een goed stuk’, zei hij. ‘Maar je kunt merken dat het door een vrouw is geschreven.’

‘Het is ook door een vrouw geschreven. Maar als we jouw hoofd erboven plakken, merkt niemand dat.’ Als überhaupt iemand het leest, dacht ik. Hij vroeg of ik de tekst nog wat kon aanpassen. Natuurlijk kan ik dat. Schrijven als een vent, als een echte makelaar, daar draai ik mijn verfijnde gemanicuurde handjes niet voor om.

Onlangs las ik ergens een kort verhaal voor en een vrouw (minstens tien jaar ouder dan ik, jurkje, laarzen, literair avondje uit met vriendin) zei: ‘Leuk. Herkenbaar.’ Maar dat wilde ik helemaal niet horen. Waarom niet? « Lees de rest van dit artikel »

Waar ben ik?

Je ziet het archief van januari, 2011 om Michelle Verheij.