Uit de oude luisterdoos

30 december 2010 § Een reactie plaatsen

Maar in dit nette, onschadelijke, jonge burgerheertje leefde nog iets, dat geen heertje was, maar een mensch, die niet zoo maar dood wou gaan, die zichzelf een toren wou oprichten tot de blauwe lucht, om te staan in eeuwigheid. En een beest dat zich zat wilde vreten aan al ’t onverschillige levende en doode, dat maar dee of hij er niet was en zich wederom zat wilde vreten tot ’t alles opgevreten had en alleen over was met ’t niet.

Deze week las ik (opnieuw) Dichtertje van Nescio. Hij blijft onovertroffen in het schetsen van de mens die zoveel meer wil. Ooit las ik een column over De Titaantjes voor. Het was mijn eerste literaire optreden ooit en er zijn opnamen van. Daarom uit de oude doos hier een aardig luisterfragment:

In de tien jaar na dit fragment heb ik er hard aan gewerkt om een perfect burgerlijk bestaan te creëren. Inclusief IKEA-schommel.

Als Simson

28 december 2010 § Een reactie plaatsen

Bij de trap vormde zich een opstopping van forenzen. Er kwamen ook reizigers de trap op die de trein nog wilden halen. In mijn oren was alles een zachte ruis, totdat ik links van me geluid hoorde dat opwinding verried. Volume en toonhoogte weken af van het spitsgemurmel.

Het fluitsignaal had net geklonken en in de deuropening van de trein stond een vrouw. Aan haar voeten, op het balkon, lag een ingeklapte buggy. Ze keek naar haar kind dat nog op het perron stond. Wat moest ze nu? Als ze haar kind zou pakken, zou de kleine jongen of zijzelf tussen de deuren klem komen te zitten. De trein zou gaan rijden en ze kende de verhalen van meegesleurde lichamen en ongeplande amputaties van handen, armen, voeten, benen. Er was wanhoop en angst bij moeder en zoon, het was voelbaar. Er was ook grote ergernis bij de omstanders. Ze schreeuwden ‘Wacht!’ ‘Stop de trein!’ « Lees de rest van dit artikel »

Kapper

23 december 2010 § Een reactie plaatsen

Dinsdag was ik bij de kapper. Ik trof een kapster die zeer onwillig was om mijn lange en dikke bos haren door te worstelen. ‘Goh, het is ook wel nodig hè.’ ‘Je hebt wel veel haar.’ ‘Wat een klitten heb je.’ Ze trok en trok aan mijn haar. Ik vermoedde dat ze zelf nooit lang haar had gehad, en ook geen dochters met lang haar, en blijkbaar had ze het zorgvuldig en zacht kammen van wilde bossen hoofdhaar ook niet geleerd op de kappersacademie, of: ze stelde er een wreed plezier in om er gewoon hakketak doorheen te gaan, wist ze dan niet dat dat alleen bij een barbiepop werkt, trekken en trekken tot de klit eruit is of de kop ervanaf plopt? Rechts van me schoof een man aan, een man op ministersleeftijd, met grijze haren die eigenlijk helemaal geen kam of schaar nodig hadden. ‘De contouren moeten bijgewerkt worden.’ Ik wilde dat ik een blanke oude man was die elke ochtend opstond en alleen maar in de spiegel hoefde te kijken om te zien dat alles goed was.

De Dordtsche kenau

19 december 2010 § Een reactie plaatsen

‘In haar nieuwe huis had ze dan wel de zo lang gewenste eigen kamer, een ideale ruimte was het niet. Als Wim spreekuur hield – en dat was vaak ook op zondagmorgen – , rinkelde geregeld de voordeurbel. De patiënten posteerden zich vervolgens in de hal, de ‘wachtkamer’, en brachten met hun luidkeelse conversatie, waarbij sommige ongetwijfeld bloemrijk over hun kwalen vertelden, onrust in huis. Daarbij gaf Wim nog medische cursussen aan huis. Een oud stenen kolenschuurtje in de tuin bracht uitkomst. Het hok van twee bij twee meter werd verbouwd tot een werkruimte voor Top, met romantische luikjes ervoor en geraniumpotjes voor de raampjes. Op een foto poseert Top Naeff ervoor als een juffrouw bij een voortijdige Eftelingattractie.

‘Ik zit cellulair in het tuinhuisje’, schreef ze opgewekt aan Robbers, op 20 augustus, ”t is er muf, maar ’t vlot God zij dank en eindelijk moet ik er eens doorjassen.’ Op 22 september kon ze Prins melden: ‘De grond, een zeshonderd bladzijden schrift, zal binnenkort stáán, en dit is het voornaamste, wat dan volgt houdt langer op maar is veel lichter werk, Toch voel ik hoe goed het is er geregeld in te blijven, op sommige ogenblikken schrijft het zich dan eigenlijk vanzelf.’

Bron: Gé Vaartjes, Rebel & Dame, Biografie van Top Naeff. Uit: Hoofdstuk ‘De Dordtsche Kenau’, p. 162-163.  

Haar werkhuisje staat er nog, een kilometer lopen vanaf mijn huis en werkplek. Mijn huis is de voormalige woning van een kaasboer. We vertelden een oude buurman dat we aan het klussen waren in de berging, het achterste deel in de tuin. ‘Ah, het kaaspakhuis’, zei hij.

De witte kamer

10 december 2010 § Een reactie plaatsen

Vanaf 1 januari 2011

5 december 2010 § Een reactie plaatsen

Het is een witte kamer. Er staat nog niets in. Er moet een vloer gelegd worden. Dan komt er een bureau. De boekenkast met dubbele rijen omdat de kast te klein is voor het aantal boeken (en het huis te klein voor een grotere kast). Een stoel. Meer heb je niet nodig. A woman must have money and a room of her own if she is to write fiction.
In januari heb ik (weer) een werkkamer. Ik zal veel gaan schrijven.

Dus: hier lees je binnenkort wat ik schrijf. Verhalen en berichten, vers, zonder censuur, zonder redactie en met de mogelijkheid tot interactie. Een virtuele room of my own. Welkom.

Waar ben ik?

Je ziet het archief van december, 2010 om Michelle Verheij.